Antioxidanten zijn stoffen die de schadelijke, maar normale effecten van het fysiologische oxidatieproces in dierlijk weefsel kunnen tegengaan. Antioxidanten zijn zowel voedingsstoffen als enzymen (eiwitten in je lichaam die helpen bij chemische reacties). Men gaat ervan uit dat ze een rol spelen bij het voorkomen van chronische ziekten zoals kanker, hartziekten, beroertes, de ziekte van Alzheimer, reumatoïde artritis en staar.
Waarom ouderen antioxidanten moeten innemen
Veel onderzoekers beweren dat ouderen, met name degenen die minder eten, regelmatige aspirinegebruikers, zware drinkers, rokers en mensen met een verzwakt immuunsysteem, baat kunnen hebben bij het dagelijks innemen van antioxidantensupplementen. Wat hartziekten en beroertes betreft, is het mogelijk dat hogere concentraties antioxidanten de ontwikkeling van arteriële verstoppingen vertragen of voorkomen, een complex proces waarbij cholesterol wordt geoxideerd. Bovendien kunnen antioxidanten de afzetting van plaque op de vaatwanden tegengaan.
Lichaamsbeweging en vrije radicalen
Bij ongetrainde personen overbelast lichaamsbeweging de afweer, wat leidt tot meer schade door vrije radicalen. De ‘weekendstrijder’ die doordeweeks overwegend een zittend leven leidt, maar in het weekend intensief sport, doet zichzelf dus mogelijk meer kwaad dan goed. Er zijn veel factoren die bepalen of er door lichaamsbeweging veroorzaakte schade door vrije radicalen optreedt, waaronder de conditie van de persoon, de intensiteit van de training en het voedingspatroon.
Omdat vrije radicalen één of meer ongepaarde elektronen hebben, zijn ze uiterst onstabiel. Ze jagen door je lichaam op zoek naar elektronen om deze op te nemen of af te geven, waardoor ze cellen, eiwitten en DNA (genetisch materiaal) beschadigen. Hetzelfde oxidatieve proces zorgt er ook voor dat oliën ranzig worden, geschilde appels bruin worden en ijzer gaat roesten.
Bronnen van antioxidanten
Door meer antioxidanten te consumeren, krijgt het lichaam de middelen om schadelijke vrije radicalen te neutraliseren. Naar schatting zitten er meer dan 4.000 stoffen in voedingsmiddelen die als antioxidanten werken. De meest onderzochte zijn vitamine C en E, bètacaroteen en het mineraal selenium.
Over het algemeen zijn bosbessen, bramen, frambozen en aardbeien de beste dagelijkse bronnen van antioxidanten. Ook groenten: donkergroene bladgroenten zoals boerenkool en spinazie, maar ook broccoli, zoete aardappelen en paarse kool zijn rijk aan vitamine C, E en bètacaroteen. Noten en zaden bevatten eveneens antioxidanten.
